Drie platforms, drie namen die steeds samen vallen in tutorials en forumberichten. Maar ze zijn geen varianten van hetzelfde ding. Ze zijn fundamenteel anders — en de keuze tussen hen bepaalt hoe je project werkt, hoeveel stroom het verbruikt, en wat er mogelijk is.
Arduino: microcontroller, eenvoudig en direct
Een Arduino-achtig board draait één programma, continu, van begin tot eind. Er is geen besturingssysteem, geen geheugenmanagement, geen processen. Je schrijft: als pin 3 hoog wordt, doe X. En dat doet hij, elke keer, betrouwbaar en snel.
Dat maakt Arduino-achtige boards de beste keuze voor alles waarbij timing telt: een motor aansturen, een knop debounce, een sensor elke 10 ms uitlezen, een servo precies positioneren. De vertraging tussen event en reactie is voorspelbaar — dat noemen we deterministische real-time besturing.
Het nadeel is ook de kracht: er is geen makkelijke manier om tegelijk een Wi-Fi verbinding te onderhouden, een scherm bij te houden en een sensor te lezen zonder dat alles goed gepland is.
Raspberry Pi: kleine computer, groot vermogen
Een Raspberry Pi draait Linux. Dat betekent: bestandssysteem, meerdere processen tegelijk, Python-scripts, netwerk, SSH, camera, webserver. Je kunt er een volledige applicatie op draaien die ook nog eens met hardware praat via de GPIO-pins.
Maar Linux is niet real-time. Er zijn processen die tussendoor draaien, geheugen dat geswapped wordt, systeemupdates die starten. Voor een LED die elke seconde knippert maakt dat niet uit. Voor een servo die op de microseconde nauwkeurig moet werken, wel.

De Raspberry Pi is op zijn sterkst als de “hersenen” van een groter systeem: data verwerken, beslissingen nemen, communiceren met de buitenwereld, en de harde real-time taken doorsturen naar een onderliggende microcontroller.
ESP32: microcontroller met Wi-Fi en Bluetooth ingebakken
De ESP32 is een microcontroller — geen computer — maar met draadloze communicatie als standaardfunctie. Dat maakt hem interessant voor alles waarbij je sensordata wilt verzenden, op afstand wilt aansturen of in een groter netwerk wilt opnemen.
Twee dingen om op te letten. Eerste: de ESP32 werkt op 3,3 V logica. Een 5 V signaal direct op een GPIO-pin is schade. Tweede: tijdens Wi-Fi-activiteit trekt de chip stroompieken tot 500 mA. Dat vraagt om een stevige ontkoppeling dicht bij de voedingspins — een 100 μF condensator parallel met een 100 nF keramische condensator is een bewezen combinatie.
Welke kies je?
Harde real-time besturing, simpele inputs en outputs, batterijvriendelijk: Arduino-achtig board.
Verwerking, netwerk, display, volwassen software: Raspberry Pi.
Draadloze communicatie combineren met directe hardwarebesturing: ESP32.
Ze sluiten elkaar ook niet uit. Een veelgebruikte combinatie is een Raspberry Pi die de logica beheert en via I2C of UART communiceert met een Arduino of ESP32 die de directe hardware aanstuurt.
Praktisch punt
Sluit nooit zomaar een 5 V signaal aan op een 3,3 V ingang. Controleer voeding, GPIO-spanningsniveaus en maximale stroom per pin voordat je componenten koppelt. Een goedkope level shifter of een simpele spanningsdeler met twee weerstanden — zoals de CRG0805F10K — voorkomt veel schade.