Een LED aansluiten lijkt eenvoudig. Twee draadjes, spanning erop, licht. Tot het niet werkt, of erger: tot hij direct kapotgaat.
Een LED begrenst zijn stroom niet zelf. Gebruik daarom een serieweerstand en controleer de gegevens van de exacte LED en voeding voordat je aansluit.
Bereken de serieweerstand
Lees de forward voltage (Vf) en toegestane stroom in het datasheet. Bereken daarna de weerstand met R = (Vvoeding - Vf) / I.
Rekenvoorbeeld: bij 5 V voeding, 2 V forward voltage en 10 mA is R = (5 - 2) / 0,01 = 300 Ω. Een hogere standaardwaarde van 330 Ω is dan passend. Verandert de LED, stroom of voeding, bereken de waarde dan opnieuw.
Voor een gewone indicatie-LED is 5 tot 10 mA vaak al voldoende. Een voorbeeld van een 330 Ω-weerstand is de CRCW0805330RFKEA.
Controleer polariteit en pinout
Een LED geleidt in één richting. Bij veel doorsteek-LED's is de anode de lange poot en de kathode de korte poot; een vlakke zijde kan de kathode markeren. Dit is geen universeel identificatiebewijs: controleer altijd de datasheet of productmarkering. Bij SMD-LED's verschilt de markering per fabrikant.
Voorbeelden zijn de HLMP-EG24-PS000 en de HLMP-1503. Controleer vóór gebruik steeds de actuele datasheet en productspecificaties.

LED veilig aansluiten: controleer dit eerst
- Controleer anode, kathode en de pinout van de exacte LED.
- Lees forward voltage en toegestane stroom in het datasheet.
- Bereken de serieweerstand met R = (Vvoeding - Vf) / I.
- Controleer de elektrische limieten van het exacte bord en de microcontroller.
- Gebruik voor meerdere LED's of meer stroom een geschikte transistor, MOSFET of driver.
- Werkt de LED niet? Controleer polariteit, common ground, gesplitste breadboard-rails, bedrading en voedingsspanning.
GPIO-pinnen zijn geen voeding
Een Arduino-, ESP32- of Raspberry Pi-pin heeft platformspecifieke elektrische limieten. Gebruik geen algemene stroomwaarde als ontwerpregel: controleer de documentatie van het exacte bord en de microcontroller. Gebruik altijd een serieweerstand. Voor meerdere LED's of een hogere stroom gebruik je een geschikte transistor, MOSFET of driver.
LED-strips zijn een ander verhaal
Een losse LED en een LED-strip zijn niet uitwisselbaar. Dimensioneer voeding, bedrading en eventuele controller op de spanning, het vermogen per lengte, de totale lengte en de gegevens van de fabrikant. Controleer bij langere strips ook spanningsval en de benodigde voedingspunten.
Veelgemaakte fouten
Veelvoorkomende oorzaken zijn omgekeerde polariteit, geen serieweerstand, verkeerde datasheetwaarden, te veel belasting op een GPIO-pin, ontbrekende common ground, een onderbroken breadboard-rail of bedrading die niet overeenkomt met het schema.
Begin bij twijfel met een hogere weerstandwaarde. Minder fel is beter dan kapot.
Verder: bekijk standaard-leds of zoek op LED.